Het lijkt op…

En Jezus vertelde een verhaal. Dat deed Hij kennelijk graag, want een derde van het onderwijs werd in de vorm van verhalen en gelijkenissen gegoten. Omdat het verhalen zijn die herkenbaar waren voor die tijd is de invloed van het oosterse leven in bijna elke gelijkenis zichtbaar. Kennis van het leven in het midden oosten is daarom belangrijk om iets te snappen van die verhalen. In een prekenserie over die gelijkenissen liet ik me leiden door kennis van het midden oosten. Het was voor mij een verrassende tocht, omdat ik nieuwe dingen zag of dingen opnieuw zag. Daarom was het alsof ik deze verhalen voor het eerst las of hoorde. Ze lieten iets zien van wie God is.

In bijna alle gelijkenissen gaat het over een heer van aanzien. Zijn eer staat op het spel. Eer is in de oosterse cultuur belangrijk, misschien wel het allerbelangrijkste. Hoe mensen over je praten en denken bepaalt het dagelijkse leven. Die Heer is God en soms iets preciezer Jezus Christus. Het is verbazingwekkend hoe die twee samenvloeien in de gelijkenissen. Wie vanuit die eer naar gelijkenissen kijkt, ziet dat de Heer zijn eer verkwanselt door te rennen naar zijn zoon die terugkeert (dat doet een heer van stand niet), op zijn hart wordt getrapt door mensen die zijn uitnodiging niet aannemen of klem wordt gezet door een slimme rentmeester die rekent op de eer van zijn eer en daarom zijn pensioen regelt. De eer van de Heer in veel gelijkenissen is dat hij zijn arbeiders het goede wil geven. Dat kan gaan over de arbeiders die de pacht niet willen betalen en toch zet de eigenaar alles op alles om ze te bereiken. Het kan gaan om zijn knechten die wachten op de terugkeer van de heer. Dan blijkt die Heer van plan te zijn om zijn knechten zelf te bedienen. Dat is kennelijk eer van God. Deze Heer is totaal anders dan anderen. Hij heeft alles over voor zijn mensen. Zelfs zijn zoon. Want de Heer weet heel goed wat hij doet als hij zijn zoon stuurt naar muitende huurders.

God komt naar voren in de gelijkenissen als gulle God. Hij komt eerder terug van een feest om zijn knechten te laten delen in wat hij heeft gekregen. Dan trekt hij zelf zijn obertenue aan en bedient zijn knechten. Als hij zelf een feest geeft, is Hij pas tevreden als zijn feestlocatie tot de nok toe vol zit. Hij wil zo graag geven. Die gulheid is ook te zien in de moeder van alle gelijkenissen: de gelijkenis van het zaad. Want op het eerste gezicht lijkt het een domme boer die zo zaait. Wie zaait zijn zaad zo, dat slechts een kwart goed terecht komt? Tot je ziet dat het een beeld van God is. Hij geeft maar en hij geeft maar. Hij zoekt altijd naar meer mensen om zich heen te verzamelen.

Een van de meest opvallende elementen van de gelijkenissen is de groei die deze verhalen veronderstellen en die ze willen bewerken. Dat begint al met de eerste van de gelijkenissen: het gaat erom dat het zaad in goede bodem komt en vrucht gaat dragen. De gelijkenis is een oproep om zulke grond te worden. Dan ga je vrucht dragen. Hoe dat eruit ziet, wordt in andere gelijkenissen op twee manieren onder woorden gebracht. Mensen moeten zelf veranderen. Dat moet zichtbaar worden in een steeds opener houding op de terugkeer van de Heer. Wij moeten veranderen zodat ons hart steeds meer openstaat voor de werking van God. De gelijkenissen zijn vol van de verwachting van de doorbraak van Gods koninkrijk. Dat gaat niet alleen over de wederkomst, maar wordt door de gelijkenissen juist naar het dagelijkse leven nu vertaald. Nu moet je open staan om de terugkerende Heer te ontmoeten. Sinds Kerst is God op aarde.

In de tweede plaats roepen de gelijkenissen op om zelf erop uit te gaan en het koninkrijk te laten groeien. Als de eerst uitgenodigden niet komen, dan worden mensen uit de achterbuurten gehaald om te komen. Als de eerste pachters niet voor de wijngaard zorgen, dan gaan anderen het doen. De gulle God wil steeds meer uitdelen en wij worden daarbij ingeschakeld. De gelijkenissen vragen aan mij: laat ik me wel inzetten?

Jezus vertelde een verhaal. Waarom in verhalen? Zou het niet zo zijn dat juist dit soort verhalen ons laten nadenken en overwegen? Stel dat Jezus het direct had vertelt, dan was het veel minder aangekomen. Het gaat er toch om dat mijn leven verandert, niet dat ik het snap. Dat is vaak de verleiding bij het lezen uit de bijbel. Als je het snapt, ben je nog maar halverwege. Het belangrijkste moet nog komen. Dat je het toepast in je eigen leven. Het koninkrijk verandert ons. Niet straks, maar nu al.

(Voor deze prekenserie maakte ik gebruik van de boekjes van Bernhard Reitsma: Onvoorstelbaar en Adembenemend. Deze boeken gaan terug op het prachtige boek van K. Bailey: Jesus through middle eastern eyes.)



Mijn boek
over de  Geest
van God 

 

Boek over 
rouw
Klik  op de foto. 

      Gastenboek

Uw ervaringen delen?
Vul ons GASTENBOEK in!