Kunnen kinderen en jongeren meevieren aan het avondmaal?

Kunnen kinderen en jongeren meevieren aan het avondmaal? In verschillende kerken voerde ik daarover gesprekken. Daarbij is het mij opgevallen dat in het algemeen op drie verschillende manieren wordt geredeneerd. Alledrie zijn het, mijns inziens, valide, bijbelse redeneringen. Onderstaand geven deze drie kort weer, zonder tot een standpuntbepaling te komen. Buiten beschouwing blijft de stroming waarbij ook van de belijdende leden slechts een deel meeviert, omdat de rest het innerlijke licht nog niet heeft gehad.

1. Iedereen van jong tot oud kan meedoen. Kinderen en jongeren die in de kerkdienst aanwezig zijn, vieren allemaal mee. In deze gedachtegang wordt nadruk gelegd op kinderen als volwaardige leden van de kerk. Ze horen er helemaal bij en mogen daarom meevieren. Vaak wordt er geredeneerd vanuit het verbond. Kinderen zijn bondgenoten van God (Genesis 17). Voor hen is de belofte(Hand 2). Daarom mogen ze meevieren in de maaltijd die de bondgenoten aan elkaar verbindt. Vaak wordt er in dit standpunt, ook gewezen op Jezus Christus, die juist de kinderen uitnodigde in zijn koninkrijk (Marcus 10) en zijn leerlingen vermaande die de kinderen tegen wilde houden. Ook wordt er gewezen op het Pesachfeest als achtergrond van het avondmaal (Exodus 12). Kinderen spelen bij dat feest een grote rol en waren daar bij betrokken. Soms wordt gedacht dat dit standpunt met vrijzinnigheid te maken heeft, maar dat is niet terecht.
Dit standpunt kom je tegen in veel PKN kerken en in een aantal evangelische en baptisten kerken.

2. Iedereen die een persoonlijke band heeft met Jezus Christus kan meedoen. In deze gedachtegang wordt benadrukt dat het eten van het brood betekent dat je onderdeel bent van het lichaam van Christus. Dat kan je alleen zijn als je daar voor gekozen hebt(Hand 2). Anders gezegd: je moet een eigen, levende relatie hebben met Jezus Christus. Als je dat niet doet, dan onderscheid je het lichaam van Christus niet en eet je een oordeel over je (1 kor 11). Omdat het om een persoonlijke band gaat, is het aan ieder te besluiten om wel of niet mee te doen. Jongeren zijn welkom, ook als ze nog niet gedoopt zijn of geen belijdenis gedaan hebben. Want het gaat om eigen, persoonlijke verantwoordelijkheid. Wie verzoend is met God, kan meevieren (Rom 5/6). Van kinderen wordt dan vaak gezegd dat ze te jong zijn om die keus te maken. Vaak wordt de grens getrokken bij een jaar of 12/13, vergelijkbaar met het bar mitswa in het jodendom. Soms wordt benadrukt dat meevieren betekent dat je ook gedoopt kan worden of belijdenis kan doen. Vieren roept op tot belijden, wordt dan gezegd.
Dit standpunt kom je veel tegen in evangelische en pinksterkerken. Het was ook de lijn die Calvijn en Luther voorstonden. Dat was in een tijd dat belijdenis doen niet bestond. Dat is een fenomeen dat zo’n 200 jaar bestaat.

3. Je moet als volwassene gedoopt zijn of belijdenis van je geloof hebben afgelegd om mee te doen. Om mee te vieren in de maaltijd van het verbond tussen God en mensen, moet je openbaar ja gezegd hebben. Dan beantwoord je de beloften van God en kan je deelnemen. Dan ben je volwaardig onderdeel van het lichaam van Christus (Rom 6) en kan je ook eten van het lichaam van Christus. Wie dat niet doet, die loopt het risico dat hij een oordeel over zichzelf eet en drinkt (1 kor 11). Historisch is dit standpunt opgekomen toen de kerk steeds meer volkskerk werd. Toen is het doen van belijdenis ontstaan om tegenover de mensen in de kerk, duidelijk te maken wie echt voor Christus hebben gekozen en dat openbaar kenbaar hebben gemaakt. Vaak wordt er vanuit de eerste kerk geredeneerd: mensen maken al op de eerste pinksterdag een keus (Hand 2) en die is zichtbaar en in het openbaar.
Dit standpunt kom je veel tegen in de PKN kerken uit de confessionele hoek en in de kleinere reformatorische kerken.

september 2013

Meer gedachten



Mijn boek
over de  Geest
van God 

 

Boek over 
rouw
Klik  op de foto. 

      Gastenboek

Uw ervaringen delen?
Vul ons GASTENBOEK in!