Uw wil geschiede
De dieren in het bos hebben allemaal hun dromen en wensen. De mieren zouden wel altijd vrij willen van de dieren school en de eekhoorns dagdromen van grote huizen met zwembaden waar ze heerlijk kunnen chillen zonder achter beukennootjes aan te hoeven zitten. De Dassen, ach die dromen van rust en vrede en de uilen verlangen naar een leven zonder dood en ziekte.
Maar het leven is vaak anders. Dat moeten de dieren telkens leren. Soms worden dieren ziek. Er zijn soms tegenslagen. Dan komt een Das thuis te zitten zonder werk. Of een eekhoorntje merkt dat de school waar hij op zit niet past bij zijn mogelijkheden en hij moet iets anders gaan zoeken. En de uilen, die moeten best vaak naar een ziekenhuis dat niet eens meer in het dierenbos staat. Die moeten dan elke keer over een brug, die het meestal niet doet. Het dierenleven is echt vol tegenslagen.
De dieren moeten leren dat het niet altijd hun eigen plan is dat slaagt. Dat is best wel lastig. Dieren maken graag plannen en dan verwachten ze ook dat het zo gaat. In het grote boek staat dat de dieren als ze een plan hebben moeten denken of zeggen: dit plan kan alleen maar doorgaan als koning Leeuw het ook wil. Want elk dier wikt, maar koning Leeuw beschikt, zeggen de uilen dan met al hun wijsheid. Daarmee bedoelen de uilen dat dieren plannen hebben, maar dat koning Leeuw die het dierenbos maakte, bepaalt wat wel of niet zal gebeuren.
Als de dieren bidden tot koning Leeuw en zeggen dat moet gebeuren wat hij wil, dan zeggen ze daarmee dat wat de koning wil het beste is voor alle dieren. Dat is waar. Wat koning Leeuw wil, dat is het beste, want hij houdt van alle dieren, ook van de olifant met snuit. Nu is dit verhaaltje uit.

Vergeef ons onze schuld
Soms hebben de dieren echt ruzie met elkaar. De mieren pakken een blaadje van een struik en proberen elkaar de mierenkop in te slaan. Als dat op het schoolplein gebeurt, dan komt er snel iemand de mieren uit elkaar trekken. Dan praten ze het uit en zeggen ze sorry tegen elkaar.
De uilen zeggen dan: nu heb je het wel uitgepraat, maar weet je wel dat je ook koning Leeuw verdriet doet als je zomaar ruzie maakt? Je moet ook nog sorry zeggen tegen koning Leeuw. Als je ruzie maakt, dan moet je vergeving vragen. Niet alleen aan elkaar, maar ook aan koning Leeuw.
Dat geldt ook voor de Dassen. Die kunnen als echte nijdassen ruzie maken. Soms scheppen ze heel erg tegen elkaar op. En als ze in hun Das Auto met sjoemelsoftware over de bospaden scheuren, dan snijden ze soms een andere Das de pas af. Ja, ook de dassen maken zich soms schuldig. Zij moeten zich steeds weer bedenken dat ze ook vergeving moeten vragen aan koning Leeuw.
Alle dieren in het bos zijn schuldig. Misschien niet altijd omdat ze zich verkeerd gedragen, maar vaak omdat ze koning Leeuw vergeten. Dan leven ze elke dag in het dierenbos en dan weten ze niet meer dat koning Leeuw hen gemaakt heeft. Of ze vergeten de zoon van Koning Leeuw. Dieren hebben het nodig dat ze vergeving krijgen. En altijd als de dieren echt spijt hebben, dan krijgen ze vergeving. IN het boek staat het zo: Het gaat er niet om dat je met je mooiste vacht naar Koning Leeuw gaat, maar met berouw. Als je echt spijt hebt, dan wil koning Leeuw vergeven.
Dat is mooi nieuws voor alle dieren: als je vraagt om vergeving, dan krijg je het ook. Ook dat grijze grote beest met snuit, nu is dit verhaaltje uit.


Leid ons niet in verzoeking

Op een dag waren wilden een paar miertjes helemaal naar de rand van het bos lopen. Ze wisten dat het niet mocht. Dat was veel te ver. Dat was gevaarlijk. Je wist nooit wat je tegen zou kunnen komen. De ene mier liep al richting de rand van het bos. Maar toen reageerde een andere mier. Nee, ik doe het niet. Het lijkt heel mooi, die rand van het bos. Maar als we daar zijn kan het verkeerd aflopen. Straks is er een miereneter. Ik blijf hier. Ik wil niet in de verleiding komen om het toch te doen.
Op dezelfde dag liep een das langs een Das auto. Hij zag dat hij niet op slot was. Dat is natuurlijk een beetje dom. Toen hij nog beter keek zag hij dat er nog een portemonnee in de auto lag. Dat is mooi meegenomen. Deur open, geld meenemen en je kan weer wat meer bosbessensap kopen. Maar toen dacht de Das. Nee, dat geld is niet van mij. Ik moet het laten liggen. Het is een verleiding om het mee te nemen.
Op diezelfde dag zaten een paar uilen bij elkaar. Dat doen uilen graag. Beetje praten over vroeger, toen alles beter was. Maar op een goede dag zei een van de uilen. Ik stop ermee. Dat is een verleiding om zo maar altijd te klagen over nu. Dat moeten we niet doen.
’s Avonds lagen alle dieren weer braaf in hun holletjes. Ze overdachten de dag. Hoe moeilijk is het om geen verkeerde dingen te doen. Wat fijn dat Koning Leeuw alle dieren daarbij wil helpen. Daarom gingen ze bidden: Koning Leeuw, breng ons niet in verzoeking. Maar help ons juist om goed te leven.
Zo baden alle dieren. Ook de olifant met zijn snuit. Het is weer uit.

Loofhuttenfeest
In het grote bos werden geregeld feesten gevierd. Koning Leeuw vindt het belangrijk dat de dieren in het bos feest vieren. Want door te feesten, ontspan je en ontdek je dat je in het leven alles cadeau krijgt. Een feest was helemaal leuk. Dat duurde wel een week. Dan gingen de dieren niet in hun gewone holletjes slapen, maar ze maakten buiten een hutje. De mieren niet in de mierenhoop, maar in een hutje dat ze maakten van wat takken. En de dassen niet in een burcht, maar ook in een hutje. Dat voelde wel onveilig, maar dat moest juist. Zo wisten de dieren dat koning Leeuw voor hen zorgde. Precies zoals koning Leeuw gedaan had toen ze lang geleden door de woestijn moesten lopen om in het dierenbos te komen.
De hut werd versierd met eten. Zo hingen de mieren kleine besjes in de hoeken van de hut en de eekhoorn natuurlijk denneappels. Daardoor wisten de dieren dat al het eten dat ze kregen van koning Leeuw kwam. Hij zorgde ervoor. En zo’n versierde hut was natuurlijk ook erg leuk. De dieren maakte ook van takken een bosje. Daarmee zwaaiden ze naar alle kanten van de aarde. Want koning Leeuw zorgt overal voor je. Ja, het was een heel gezellig feest, dat huttenbouwfeest. De kleine miertjes vonden het geweldig. Vooral als het ging regenen. Want de hutten waren zo gebouwd dat ze een beetje lek waren. Dat moest, want dan wist je extra goed dat koning Leeuw voor je zorgt. En als het dan regent, dan wordt alles nat. Daar houden kleine miertjes van.
De uilen niet. Die bromden dan altijd wat. Maar ze hadden ook altijd wijze woorden. Ze vertelden dat het huttenbouwfeest ook betekende dat iedereen moest verlangen dat koning Leeuw terug zou komen. Want dan werd het loofhuttenfeest opnieuw gevierd. En dan gingen alle dieren van de hele wereld meedoen. Dan zouden ook de dolfijnen meevieren en de krokodillen. Ja, ook de olifant met zijn snuit. Dit verhaaltje is nu uit.

Belijdenis.

Elke zondag is er al een groot feest in het dierenbos. Alle dieren komen bij elkaar op de grote open plaats om uit het boek van koning Leeuw te lezen, om stil te zijn en zich af te vragen of ze inderdaad met hun hele leven op Koning Leeuw vertrouwen. De uilen komen vaak vroeg naar de open plek. Ze zijn al wat ouder en zitten graag rustig in de banken. Mieren zijn veel te jong om lang stil te zitten. Die willen rennen. Daarom bewegen hun pootjes heel snel. Je snapt niet dat ze niet vaker struikelen. En de eekhoorns, die zitten het liefst aan de randen of achterin. Verstopt achter hun dikke staart. Dan denken ze dat niemand ziet dat ze app-en. En de dassen? Die waren heel druk, want zij deden altijd heel veel in het grote dierenbos. Ze voelden zich heel verantwoordelijk. Soms dacht je wel eens: hoe zou het zijn als de mieren en eekhoorns meer mochten doen.
Maar deze zondag was het een extra groot feest. Iedereen was naar de open plek in het bos gekomen om te vieren dat koning Leeuw de baas is over de hele wereld. En ieder denkt daarbij aan de zoon van Koning Leeuw die moest sterven om op die manier t laten zien hoeveel de koning van alle dieren houdt. En toen iedereen zijn plekje had gevonden, zaten daar vooraan een paard en een koe. Ja, die dieren waren wel vaker in het dierenbos geweest, maar meestal vielen ze niet zo op. Dan zaten ze achteraan en hinnikten en loeiden mee met de muziek. Maar vandaag zaten ze vooraan.
Daar was een bijzondere reden voor. Ze hadden hun vacht extra mooi gemaakt. Want ze wilden er op hun paasbest uitzien. Dat moest ook wel, want ze vierden vandaag dat het elke zondag pasen is. En dan wil je op je paasbest zijn, natuurlijk. Dus de koe had zijn vlekken mooi gepoetst en het paard had zijn manen en staart netjes gekamd. Want vandaag ging het paard en de koe zeggen dat ze bij koning Leeuw wilden horen voor de rest van hun leven. Ze gingen vooraan staan. Het ezeltje stelde vragen en de koe en het paard zeiden duidelijk ja. Toen mochten ze knielen en ging iedereen meebidden. Want je hebt wel de steun en zegen van Koning Leeuw nodig om op hem te blijven vertrouwen. Iedereen was blij. Koe en paard zwaaiden met hun staarten, de Dassen en eekhoorns deden mee. De uilen klapten met hun vleugels, de mieren  klapten in hun pootjes en de olifanten bliezen zo hard met hun snuit, vanzelf ging het verhaaltje uit.

Johannes de doper

De dieren in het grote dierenbos leefden hun gewone leventje. De uilen zaten lekker in hun holletjes en werden ouder. De mieren gingen weer naar de mierenschool en krioelden door elkaar heen. De dassen sleepten zich naar hun werk en deden hun best en de eekhoorns? Die riepen heel hard dat ze geen zin in school hadden, maar in hun staart verstopt vonden ze het wel leuk dat er een einde was gekomen aan de tijd van beukenootjes zoeken en gooien.
Toen kwam er een ander, onbekend dier het bos in. Hij had twee bulten op zijn rug. Het was… een kameel. Hij stond bij de rand van het bos. Daar is de woestijn. Daar kan je beter niet te lang zijn. Deze kameel leek somber. Hij zei: jullie moeten veranderen. Heb je gestolen, steel dan niet meer. Heb je gelogen, lieg dan niet langer. Je moet je omdraaien. ‘ Waarom dan?’ mijnheer Kameel? vroegen de miertjes die alles willen weten.
Omdat het koninkrijk van koning Leeuw komt. Alles gaat veranderen. Dieren die doof zijn, zullen horen, of als ze lam zijn zullen ze lopen en als ze blind zijn zien. Maar het komt niet zomaar. Je moet je omkeren. Want als alles anders wordt, ben je er dan wel klaar voor?
De mieren, die alles willen weten, vroegen: Bent u dan de koning van het koninkrijk, mijnheer Kameel? Nee, dat ben ik niet, was het antwoord. Ik ben alleen maar de stem die roept hij komt eraan. De koning moet nog komen. Dat is de Leeuw van Juda. Ik ben maar een kameel. Ik stel niet zoveel voor. Willen jullie bij koning leeuw horen en zijn zoon? Dan moet je je laten dopen.
En alle dieren wilden dat. En de Kameel dompelde iedereen onder water. De mieren, de uilen, de dassen, de eekhoorns. Zelfs de olifanten met hun grote snuit
Dit verhaaltje is uit.

Ruth
Op een dag kwamen er twee nieuwe dieren in het bos. Heb je ze al gezien? Vroeg de mier aan de das? Ja, twee vrouwelijke muizen kwamen naar het bos. De een was oud, de ander jong. Ze leken familie van elkaar maar toch niet. Die ene was een rare muis. Een buiten het bos muis. Een buitenlandse muis. Maar de uilen zeiden: O, koning Leeuw heeft ons geleerd dat we vriendelijk moeten zijn voor alle buitenlandse dieren. Want in elke vreemd dier, komt de koning naar je toe. De andere muis was verdrietig. Ze had geen man en geen zonen meer. Alleen de buitenlandse muis.
De jonge muis werkte hard. Ze ging vaak naar het veld om te proberen wat graan bij elkaar te zoeken voor de winter. Op een dag sprak een van de eekhoorns haar aan. Die eekhoorn vond de muis wel mooi. Toen vertelde de muis dat ze uit een ver bos kwam, maar dat ze hier wilde wonen. Ze wilde horen bij Koning Leeuw. Ze had tegen de andere muis gezegd: jouw koning is mijn koning. Jouw dierenbos is mijn dierenbos. De eekhoorn en deze muis gingen trouwen. Eerst vonden de dieren dat wel raar, maar toen de muis een baby kreeg, toen snapte ze dat het zo het plan van Koning Leeuw was. Zo werd duidelijk dat iedereen welkom was. Alle dieren uit alle bossen tellen mee.
En ze snapten plotseling dat het ook ging over de zoon van koning Leeuw. Want die werd ook op een bijzondere manier geboren. Was ook een vreemdeling. En deze buitenlandse, vrouwelijke muis komt voor in de lijst namen van voorvaders van de zoon van koning Leeuw. Weet je hoe ze heette, deze muis? Ruth. Ze staat zelfs in het grote boek, zegt de olifant met zijn snuit.

Jesaja
De dieren in het grote dierenbos keken op een dag raar op. Er kwam een grote mooie vogel aangevlogen. Het was een papegaai. Hij vloog naar de open plek waar de dieren altijd samen kwamen. Hij vertelde dat hij vooral napraat. Hij vertelt wat hij heeft gehoord van koning leeuw. Zo waarschuwt hij de uil, de mier, de das en de eekhoorn. Maar hij troost ook door alles wat hij te vertellen heeft. Troosten, daar was deze papagaai goed in. Een van de bekendste dingen die hij zei was: troost, troost mijn volk. Want er komt een tijd aan moeilijke tijden.
De eekhoorns zeiden tegen elkaar: nu krijgen we weer moed om te leven. Ook als ons leven tegen zit, dan moeten we ons laten troosten door wat koning Leeuw via de papegaai tegen ons zegt. Het is een echte papegaai. Hij praat koning Leeuw na. Ja, laten we luisteren naar deze papegaai. Hij is een echte profeet. Hij praat namens God.
En de profeet papegaai zei nog meer. Er komt een knecht van koning Leeuw. Maar een hele bijzondere. Hij zal onopvallend zijn. Niemand van de dieren wil iets met hem te maken hebben. Maar zo draagt hij onze ziekten. Hij zal zijn als een schaap dat niets zegt als hij wordt geschoren.
De mieren keken elkaar aan. Waar zou dat over gaan? Over wie heeft hij het eigenlijk. De zwarte mieren snapten er niets van.
Maar de uilen wel. Die zeiden: dit gaat over de zoon van koning leeuw, die wordt geboren als mens en zo zal hij ziekten dragen.
En toen geloofden alle dieren de woorden van de papegaai. Weet je hoe hij heette? Jesaja, de papegaai profeet. En nu is het uit.

Daniel
Ooit, lang geleden, mochten de dieren niet in het bos blijven wonen. Jonge dieren moesten naar een ander bos. In dat bos geloofden ze niet in koning Leeuw, maar in andere goden. Vier dassen moesten mee naar een ver bos. Ze kregen de opdracht om drie jaar lang alles te leren van dat bos. Ze moesten de boeken van dat bos bestuderen, maar ze moesten ook eten wat ze daar aten. En dat wilde deze dassen niet. Want ze wilden trouw blijven aan koning Leeuw en wat hij had opgedragen. Dus ze vroegen of ze hun eigen eten mochten blijven eten. En dat mocht.
Drie jaar later moesten de Dassen bij de koning komen. Koning Nijlpaard was dat. Snel boos. Je moest echt bij hem oppassen. Maar de Dassen waren niet bang. Want ze hadden geluisterd naar de opdrachten van koning Leeuw. Ze waren blijven bidden en hadden gegeten wat ze mochten eten. En toen ze bij koning Nijlpaard moesten komen, toen bleken ze het slimst en het mooist te zijn. Koning Leeuw had hun trouw beloond.
En daarom vertellen de dieren telkens dit verhaal. Dan proberen de andere dieren die nu leven in het bos ook om trouw te blijven aan koning Leeuw. Ook als verder niemand dat doet. Zo laten ze zien dat ze veel van Koning Leeuw en zijn zoon houden.
Weet je hoe deze Dassen heten? De bekendste was Daniel, en zijn vrienden heetten: Chananja, Misaël en Azarja. En dat zeg ik nu tegen alle dieren in het bos. Durf een Daniel Das te zijn. Durf alleen te staan. Dat geldt voor alle dieren, met of zonder lange snuit en nu is het weer uit.

Zachtmoedig

Zachtmoedig worden, dat vinden de dieren in het dierenbos heel moeilijk. Wat betekent het eigenlijk? Eerst moesten ze weten wat het precies inhoudt. De mieren dachten: geduldig, de eekhoorns dachten meer dat het vriendelijk betekent. En de dassen dachten dat het erom gaat dat iemand heel zacht is, niet boos te krijgen. Ze kwamen er niet uit. Toen gingen ze naar de uilen om te vragen wat zachtmoedig eigenlijk betekent. De uilen keken heel vriendelijk en geduldig. Toen zeiden ze, weet je, over woorden krijgen dieren snel verschil van mening. Dat is jammer. Want dat hoort niet. Lieve dieren, eigenlijk hebben jullie allemaal gelijk. O, zeiden de dieren. Jullie doen nu heel zachtmoedig hoor, wijze uilen.

Nu wisten de dieren al wat zachtmoedig zijn betekent, maar hoe doe je dat? Je kan nog zo goed bedenken dat je aardig moet doen als je in je holletje zit. Het doen is andere bosbessenjam. Maar ook daar wisten de uilen een goede oplossing voor. Dat komt natuurlijk omdat de uilen al heel veel dierenlevenervaring hebben. Ze vertelden dat de beste manier om zachtmoediger te worden is: kijken naar en denken aan de zoon van koning leeuw. Want waar je mee omgaat, daar word je mee besmet. Dus als je leeft met en gelooft in de zoon van koning leeuw, dan ga je veranderen.

Want die zoon houdt heel veel van alle dieren. Hij wilde gewoon gaan wonen tussen de dieren. Helemaal niet in het paleis van koning Leeuw, maar in een gewoon huis. Hij werd zelfs geboren als een dier, helemaal klein. Zo wilde hij, heel liefdevol, laten zien hoeveel hij van alle dieren hield. En als de dieren iets niet snapten, dan legde hij het nog een keer uit. Dat was heel geduldig. En boos op gewone dieren? Dat werd hij nooit. Hooguit tegen dieren die dachten dat ze de baas waren: farizeeleeuwen bijvoorbeeld. de zoon is de zachtmoedige. Daar kunnen alle dieren iets van leren: Van mier tot uil. Zelfs de olifant met zijn snuit. Dit verhaaltje is nu uit.

Vrede
Soms als de mieren over het bospad rennen, dan knallen ze bijna op elkaar. Er komt een mier van links die niet uitkijkt. Op het laatste moment moet hij dan met al zijn pootjes hard afremmen. De mieren willen  op elkaar gaan schelden. Maar gelukkig wil een mier uiteindelijk de vrede bewaren. Hij zegt: heb je je pijn gedaan? Ik hoop het niet. Ach, gelukkig loopt het goed af.
Soms gaan de dassen naar de boswinkel. Ze hebben hun karretje volgeladen met lekker bosbessensap en kastanjes. Dan willen ze naar de kassa, maar op het laatste moment komt er een andere das, die met zijn staart ertussen komt en zo voorpiept. Dan zijn de dassen boos. Ze willen al hun eigen wagentje er tussen zetten. Maar dan bedenken ze dat het beter is om de vrede te bewaren. Ze zeggen: ik zie dat je haast hebt. Da’s geen probleem hoor. Ga je gang.
De eekhoorns vinden het heel leuk om te voeteikelen. Ze maken van wat bladeren twee doelen en het gaat erom wie als eerste met zijn voet de eikel in het doel van de ander schiet. Maar niet alle eekhoorns kunnen tegen hun verlies. Dan worden ze boos en willen ze de eikel of het doel de schuld geven. Gelukkig schiet het ze te binnen dat het veel beter is om de vrede te bewaren. Dan zeggen ze tegen elkaar: gefeliciteerd met je overwinning.
En ook de oude uilen moeten telkens weer zich realiseren dat ze de vrede moeten bewaren. Want wie de vrede bewaart, die laat zien dat hij bij koning Leeuw hoort. Vrede is dat je leeft in de rust van koning Leeuw en wat hij gedaan heeft voor alle dieren.
Ook de olifant met zijn snuit. Nu is dit verhaaltje uit.


Weer thuis
 Veel dieren in het grote dierenbos waren een poosje buiten het bos geweest. De meeste uilen niet. Die blijven meestal gewoon in hun bomen zitten. Het zijn echte huis en              kerkuilen. Vaak ook te oud om weg te vliegen. Maar sommige mieren waren ver weggeweest, naar hele hoge bergen die ze opklommen met hun kleine pootjes. De dassen hadden hun staarten gespoeld in de zee. De eekhoorns waren uit hun lekkere boomhuisjes geklommen en hadden van wat stokken en blaadjes een huisje gemaakt op een veld waar veel eekhoorns dat doen. Dat hadden ze beter niet kunnen doen. Want het regende en regende. Nog steeds waren sommige dieren nog weg. Ze hoefden ook nog niet naar school. Sommige van de uilen hadden heel hard gewerkt aan de open plek. Er moest een nieuwe vloer in komen en een stuk van het dak moest gemaakt worden. En in het holletje van het ezeltje moest ook wat gedaan worden.
Het leuke van weggaan is thuiskomen. En dan vooral op de open plek in het grote dierenbos. Oost west, de open plek op zondagmorgen is het best. Want daar kan je met elkaar zingen voor koning Leeuw, van wie gefluisterd wordt dat hij alles heeft gemaakt. Daar kan je ook weer luisteren naar het grote boek over koning Leeuw. En, ook heel belangrijk: daar ontmoet je weer allemaal dieren die je de laatste weken niet hebt gezien. Ja, het is fijn om weer op de open plek in het dierenbos te zijn. Want het is goed om daar elke week naar toe te gaan. Want daar denk je over koning Leeuw en zijn zoon na. Voor je het vergeet je dat. Sommige dieren vergeten koning Leeuw als ze een poosje weg zijn. Terwijl koning Leeuw alles heeft gemaakt en hij en zijn zoon heel veel van alle dieren houden. Daarom is het fijn om weer thuis te zijn, trompettert de olifant met zijn snuit. Nu is dit verhaaltje uit.

Pasen

 Een dag per jaar is het grote feest van het bos. Dan doet iedereen mee. Want dan wordt gevierd dat de zoon van Koning leeuw alles overwonnen heeft. Hij moest het goed maken tussen alle dieren en Koning Leeuw. Dat deed hij op een manier die geen mier ooit had bedacht. De dassen trouwens ook niet, om van uilen en eekhoorns maar te zwijgen. Hij deed dat door te sterven en daarmee verdween alles wat het dierenleven kapot kan maken met hem in het graf. Als een lam werd hij geslacht.

Dat leek het einde van de zoon van koning Leeuw, maar het was het begin. Want drie dagen later gingen een paar vrouwtjesdassen  kijken. En wat zagen ze? Dat Koning Leeuw zijn zoon had opgewekt uit de dood. Eerst konden zvia pixabaye het niet geloven. En de mannetjes dieren al helemaal niet. Een Eekhoorn zei: ik geloof het pas als ik mijn handen in de wonden van de zoon van Koning Leeuw kan leggen. En toen mocht hij dat doen. Langzaam gingen alle dieren het geloven: De zoon is opgestaan.

Dat is feest voor alle dieren. De oude uilen weten daardoor dat ze niet bang hoeven te zijn als ze zelf doodgaan. Want door de zoon van Koning leeuw is de dood overwonnen. De dassen geloven dat als ze iets verkeerd doen, dat ze worden vergeven. Want door de zoon van Koning Leeuw is er vergeving. De eekhoorns weten dat er door de opstanding altijd iemand is die van hen houdt. Zelfs als ze gepest worden. En de miertjes? Die weten dat hun leven, hoe klein ook, zin heeft. Zelfs de mier leeft niet voor niets. Het is echt feest in het dierenbos.

De uil krast mee, De das bromt, de eekhoorn zet zijn staart op en de mier klapt in zijn pootjes. Alle dieren vieren feest met koning Leeuw en zijn zoon. Zelfs de olifant tettert mee door zijn snuit. Dit verhaaltje is nu uit. 

En een eeuwig leven

En een eeuwig leven
Elk dier leeft in het dierenbos, maar sterft een keer. Mier, das, eekhoorn of uil, zij allen worden een keer begraven. Dan lijkt het over. Dieren leven maar even. Sommigen 70 of 80 jaar. Maar dan zijn ze wel heel sterk. Maar elk dier verlaat een keer het grote dierenbos en gaat naar het rijk van koning Leeuw.

Want dat is het mooie van koning Leeuw. Hij is de koning van het grote dierenbos, maar hij is nog veel meer. Hij is ook de koning voor altijd. Wie gelooft in koning Leeuw zal voor altijd leven.
In sommige dingen lijkt het leven voor altijd op het leven in het dierenbos. Ook dan zullen de dieren een lichaam hebben en met elkaar praten.
Maar in andere dingen lijkt het er helemaal niet op. Daar zullen de eekhoorns nooit meer bang hoeven te zijn dat iemand op te trapt, want daar is geen dood meer. En de uilen zijn niet meer bang dat ze ziek zullen worden. Want daar is geen ziekte. En de dassen hoeven nooit meer bang te zijn voor ruzie. Want daar snappen alle dieren elkaar. En de mieren zijn niet meer bang dat een van hen gepest wordt. Want daar pesten dieren elkaar niet.
Weet je wat daar ook anders is? Daar kunnen de dieren altijd koning leeuw en zijn zoon zien. Hier lijkt koning leeuw soms ver weg. Sommige dieren denken weleens: zou hij wel echt bestaan? Maar dat is helemaal anders in het koninkrijk van koning Leeuw. Want daar is zelfs geen zon meer nodig, omdat koning Leeuw daar woont . Wauw, de mier, das, eekhoorn en uil verlangen ernaar. Een leven voor altijd, zo dicht bij koning Leeuw. Dat moet fantastisch zijn. Weet je wie daar ook mag wonen? De olifant met zijn lange snuit. Dit verhaaltje is nu uit.

Ik geloof een heilige algemene christelijke kerk


Voor de dieren in het bos waren bijna alle dagen hetzelfde. Ze waren de hele dag bezig met slapen, eten zoeken, holletjes en nestjes opruimen en kletsen. Maar één dag was anders. Dan gingen alle dieren naar de open plek in het midden van het bos. Dan zaten de mieren vooraan, de eekhoorns kropen altijd achteraan en pakten kleine apparaatjes waarmee ze met de hele wereld in contact stonden. De dassen zaten meestal verspreid, net als sommige uilen. Andere uilen waren te oud, die bleven thuis. Maar ze luisterden wel mee. Elke week kwamen ze allemaal. Gelukkig lieten de dieren zich niet bepalen door welk ezeltje de bijeenkomst leidde.

Ze zongen met elkaar over koning Leeuw, ze hoorden dat ze voor altijd bij koning Leeuw mogen horen. En ze konden praten met elkaar. Want in het boek  staat het zo: alle dieren samen kan je vergelijken met het lichaam van koning Leeuw. In een lichaam is alles nodig. De kleine mier is handig voor priegeldingetjes. Een uil is makkelijk als er iets hoog in een boom gedaan moet worden. En Eekhoorns kunnen iets lekker snel. Die denken jong en fris. Ja, op de open plek is iedereen nodig. Dat geldt trouwens alle dagen. Je hoort niet alleen op die ene dag bij koning Leeuw. 

Het mooie van koning Leeuw is dat op heel veel plekken mensen bij elkaar komen. In ons bos zitten mier, das, eekhoorn en uil bij elkaar. In een ander deel zijn dat ijsberen, zeehonden en poolvossen. Ze doen allemaal hetzelfde. Het maakt niet uit op welke open plek je zit. Als je maar bij elkaar zit voor koning leeuw. Zo is er ook een plek, daar zitten giraffen, neushoorns, tijgers en ook de olifant met zijn snuit. Dit verhaaltje is nu uit.

Kerst 2013

De miertjes vielen over elkaar heen toen ze terugrenden naar de hoop om tegen hun ouders iets te vertellen. Papa mier, mama mier, er is iets bijzonders gebeurt. Er is een dier geboren, een zoon van koning Leeuw, een prins, want hij is de zoon van de koning. Ze struikelden om te vertellen wat ze hadden gehoord. Papa mier bromde en zei: ‘wat een onzin, het was niet te zien op het dierenjournaal. Een koningszoon zou toch groot in het nieuws komen.’
Nee, papa, luister nou, het is echt waar. We hoorden het van de herders-honden. Zij waren vannacht buiten het bos. Ze lagen bij het vuur en toen waren er engelen. Van
 die mooie, witte. De honden waren er nog helemaal blij van. Ze kwispelden voortdurend met hun staart. Ze waren op weggegaan en in een stal waren ze geweest. Daar lag de zoon van Koning leeuw. zo raar, want het was helemaal geen leeuw. Hij zeg er uit als een lammetje. Hij was niet groot en sterk. Hij was kwetsbaar. Papa, je moet het geloven. Zullen we er ook naar toe gaan? In het boek dat we elke zondag lezen op de open plek gaat het toch over de leeuw en het lam die samen zullen leven. Dit is nog mooier. Dit is dat de leeuw als een lam is. De herders-honden wisten het zeker. De engel had het gezegd: Hij is de redder van alles en iedereen. Kom nou, papa. Hij is geboren zodat alle dieren zeker kunnen weten dat koning leeuw echt van ons houdt. Hij blijft niet in zijn paleis, maar komt bij alle dieren. Ook voor ons, kleine miertjes.
Toen gingen de mieren op weg. Ondertussen kwamen ze de eekhoorns tegen. Die waren ook al op reis om de zoon van Koning Leeuw te aanbidden. Heel in de verte zagen ze nog een groep kamelen. Maar die gingen te hard. De uilen vlogen boven hen mee en de dassen zwiepten met hun staart. Zo blij waren ze: De zoon van koning Leeuw is geboren voor alle mensen. Ook voor de olifant met snuit. Dit verhaaltje is nu uit.

Die zit aan de rechterhand van God


De dieren in het bos zijn weleens bang voor koning Leeuw. De dassen zeggen: Hij ziet alles wat je doet en hij kan heel streng zijn. Als we dan ruzie maken, dan weet hij dat precies. De mieren kruipen soms diep weg in hun hoop. Vooral als ze iemand gepest hebben. Dat doen de mieren weleens. Dan lachen ze een andere mier uit die een pootje minder heeft of omdat hij een iets ander kleurtje heeft. De rode mieren lachen de zwarte uit, of andersom. En die ene blanke mier heeft geen leven. Maar ’s avonds hebben ze dan spijt. Ze worden bang voor koning Leeuw die zal oordelen. En de eekhoorns die zeiden tegen zichzelf: aan de buitenkant lijkt het heel wat, maar als koning leeuw ook naar binnen kijkt, dan weet hij hoe het bij mij van binnen zit. Ik bedoel het niet altijd zo goed. Eng hoor, dat koning Leeuw alles weet.
Ook de uilen hebben daar weleens last van. Maar zij hebben wat meer dierenervaring. Als ze dan samen wonen in Puttebos en met elkaar doorpraten over koning Leeuw, dan is er altijd wel een die zegt. Je hoeft niet bang te zijn voor koning Leeuw. Want koning Leeuw is wel de koning, maar zijn zoon zit naast hem. Die zit aan de rechterhand van zijn vader. En als je aan de rechterhand van de koning zit, dan ben je heel belangrijk. De koning neemt geen besluit zonder aan zijn belangrijkste helper iets te vragen. En zijn zoon, dat is de Leeuw van Juda. Dat is de leeuw die ook een lam was. Dat is de gestorven en opgestane Leeuw. Dat is de zoon van koning Leeuw waardoor we weten hoeveel koning Leeuw van ons houdt.
Die uilen weten dat goed, omdat ze dierlijkerwijs gesproken, het dichts bij de ontmoeting met koning Leeuw zijn. Daarom weten ze dat ze niet bang hoeven te zijn. Want de zoon van koning Leeuw zit aan de rechterhand van koning Leeuw. Zijn adviezen zijn positief en goed over eekhoorn, mier, das en uil. Ja ook voor de olifant met zijn snuit. En nu is dit verhaaltje uit.

Die geleden heeft



Koning Leeuw heeft een zoon. Zijn naam is de Leeuw van Juda. Een leeuw vol kracht. Maar als je in zijn ogen kijkt, dan zag je liefde, vergeving. Hij was sterk en zacht tegelijk. Hij was de zoon van koning Leeuw. Altijd uit op het goede voor alle dieren in het bos. Hij wilde dat de dieren in het bos leven zoals het bedacht was door koning Leeuw. In liefde voor elkaar en dat ze luisterden naar koning Leeuw.
Maar de dieren in het bos konden dat niet. Ze vergaten elkaar. Dan ging de mier ruzie maken met de das. De eekhoorns hadden vaak ruzie thuis. De uilen mopperden op elkaar en de hele wereld. Sommige dieren stalen van elkaar. En allemaal vergaten ze te luisteren naar koning Leeuw.
Toen bedacht koning Leeuw een plan. Ik stuur mijn zoon naar het dierenbos. Dan zullen ze weten dat ik het goed bedoel en gaan de dieren weer in liefde leven. Maar het liep heel anders. De dieren wilden niks van de leeuw van Juda weten. Ze zeiden: weg met hem. We willen onze eigen gang gaan. Toen werd de zoon van koning leeuw gevangen genomen. Hij werd zelfs vermoord. Even leek het alsof koning Leeuw verloren had. De leeuw van juda wed begraven.
Maar na drie dagen bleek dat juist dit het plan was van koning Leeuw. Hij had niet verloren, maar gewonnen. Want de Leeuw van Juda werd weer levend. Het plan van koning leeuw voor alle dieren was dat de leeuw van Juda, zijn eigen zoon, zou lijden, sterven en begraven worden. Zo kwam het weer goed tussen de dieren in het bos en koning Leeuw. En dat vieren de dieren elke zondag. Dat koning Leeuw een plan heeft met ieders leven. Van de das, de mier, de uil, de eekhoorn en de olifant met snuit. Dit verhaaltje is nu uit.

God is onze vader. 


De dieren in het bos zijn allemaal geboren in een gezin. Ze hebben een moeder en een vader. De mier heeft een mierenvader, de das heeft een dassenvader en dat geldt ook voor de eekhoorn. Ook de uil heeft een vader gehad, lang geleden, toen hij nog in het uilennest thuis woonde.
Die vaders zorgden heel goed voor hun kleine kinderen. De vaderuil vloog voortdurend door het bos om eten te vangen. De mierenvaders liepen de hele dag de hoop in en uit om eten voor de jonge miertjes te halen. En natuurlijk kregen de dieren wijze lessen mee van hun ouders. Pas op voor de miereneter, zeiden de mierenvaders. Kijk uit voor de mensen, want die willen je vangen, werd gezegd tegen de eekhoorns. Pas op voor de vossen, die springen heel hoog en plukken je zo uit de lucht, was de waarschuwing voor de uilen.
Maar natuurlijk maakten de dierenvaders ook fouten. De vaderdas was soms een echte nijdas, boos en chagrijnig. De eekhoornvader was vaak ongeduldig. Die mierenvader kon niet goed luisteren en de uilenvader vergat altijd alles. De dierenvaders deden hun best, maar het was niet altijd best.
Gelukkig hebben de dieren nog een vader. Ja, echt waar. Alle dieren hebben twee vaders. Een gewone en koning Leeuw, van wie gezegd wordt dat hij alle dieren heeft gemaakt. Koning Leeuw is niet alleen de maker van alle dieren, hij houdt van ze zoals een goede dierenvader van zijn kinderen houdt.
Dat betekent dat de dieren niet bang hoeven te zijn voor koning Leeuw. Want een goede vader, daar ben je toch niet bang voor! Dat betekent dat je heel vaak met koning Leeuw kan praten, want praten met je vader, dat is toch fijn.
Koning Leeuw is de vader van alle dieren, ook van de olifant met zijn snuit. Nu is dit verhaaltje uit.

Ik ben het brood van het leven


Voor de dieren in het bos is eten heel belangrijk. Want zonder eten weet je niet of je de winter wel doorkomt. De mieren zijn de hele zomer druk bezig om in hun mierenhoop genoeg eten op te slaan voor de toekomst. Alles slepen ze met elkaar naar de goede plek. De eekhoorns zoeken eikels op die ze dan verstoppen op plekjes in het bos. Soms vergeten ze hun eigen plekjes. Dassen eten alles wat ze tegenkomen: planten, regenwormen, noten. En uilen, die jagen ’s nachts op hun eten.
Genoeg eten hebben zien de dieren als een zegen van Koning Leeuw, van wie gezegd wordt dat hij alle dieren heeft gemaakt. In het grote boek staat bijvoorbeeld: De aarde heeft een rijke oogst gegeven, God, onze God, zegent ons.
Maar als de dieren gegeten hebben, krijgen ze weer honger. Zo gaat dat in het grote dierenbos. Eten is belangrijk, maar alleen voor het lichaam van de das, mier, eekhoorn en uil. Het gaat voorbij. De honger komt terug.
Maar de zorg van Koning Leeuw voor de dieren gaat veel verder dan alleen maar het eten voor alledag. Hoe ver gaat zijn zorg? Dan moet je luisteren naar de zoon van Koning Leeuw. Die zegt dat hij het brood is dat leven geeft. Dat betekent dat als je luistert naar de zoon van koning Leeuw dat je dan voor altijd genoeg hebt. Dan hoef je niet te blijven zoeken om te kunnen leven. Dan leef je voor altijd.

Dan houdt het gevoel van nooit genoeg, altijd blijven zoeken en telkens opnieuw op weg moeten gaan op. Dan krijgen alle dieren rust, doordat ze geloven in de zoon van Koning Leeuw. De mier hoeft zich niet meer af te vragen waarom hij leeft. De eekhoorn weet dat hij toch bij Koning Leeuw mag horen, ook met alles wat verkeerd gaat. De das met zijn midlife crisis heeft toch een zinvol leven. En ook de uil weet dat als hij niet meer verder kan leven in het dierenbos, dat hij verder leeft bij Koning Leeuw. Als ze maar vertrouwen op de zoon van koning Leeuw. . Dat geldt ook de jonge olifant met zijn snuit. Dit verhaaltje is nu uit.

Uw koninkrijk kome

Elke zondagmorgen komen de dieren bij elkaar op de open plek in het bos. Ze doen dat omdat ze graag naar Koning Leeuw, van wie gefluisterd wordt dat hij alle dieren heeft gemaakt, luisteren. Ze hopen dat steeds meer dieren naar Koning Leeuw gaan luisteren. Dan is niet alleen in hun eigen bos Koning Leeuw de echte koning, maar in alle bossen en velden wordt hij als Koning Leeuw aanbeden.
De dassen zeggen: Het lijkt makkelijk om te leven in het rijk van Koning leeuw en zijn zoon, maar in de praktijk is dat ingewikkeld. Dan vergeet je bijvoorbeeld dat je je spullen alleen maar hebt gekregen om te delen. Dat is voor de Dassen moeilijk. Want wie luistert naar koning Leeuw, die deelt. Dan wordt Koning Leeuw steeds meer koning.

De mieren herkennen dat. Zij vergeten dat ze op het schoolplein met elkaar vriendelijk moeten omgaan. Juist zo zorgen zij dat Koning Leeuw meer koning wordt.
De uilen zijn wijs als altijd. Zij zeggen: aan de ene kant moeten wij ons best doen om te laten zien dat koning Leeuw echt koning is. Zo komt zijn koninkrijk. Tegelijk lukt dat ons niet. Alle dieren hebben last van dierenmanieren en die houden de komst van dat koninkrijk tegen. Nee, koning Leeuw moet zelf komen om zijn rijk te laten komen. Want de slang is telkens weer bezig om koning Leeuw tegen te werken.
De eekhoorns zeggen: dan moeten we dus twee dingen bidden. We moeten bidden dat Koning Leeuw of zijn zoon snel terug komt. Dan wordt het echt het koninkrijk van de Leeuw. En tot die tijd blijven we bidden dat de Geest van de Leeuw ons helpt om als dieren die horen bij de koning te leven. Dan komt het koninkrijk van de Leeuw.
En alle dieren gingen bidden.

Gastvrijheid

Als de dieren in het grote dierenbos op zondagmorgen bij elkaar komen op de open plek, dan zijn natuurlijk de mieren, dassen, eekhoorns en uilen aanwezig. Niemand wil dat missen. Iedereen wil daar bijzijn. Want daar worden liederen gezongen voor koning Leeuw. Daar bidden ze samen en lezen uit het grote boek van koning Leeuw. En ze ontmoeten elkaar. De mier geeft de eekhoorn een hand. Uil zwaait met zijn vleugel naar de das.
Er zijn eigenlijk altijd dieren op bezoek bij die bijeenkomsten. Soms is er een hamster op bezoek. Een andere keer komt er een muis langs. De dieren vinden het dan heel belangrijk dat ze zich op hun gemak voelen. De mieren knikken hen vriendelijk toe. De dassen steken hun staart op. Ze maken even een praatje met de gasten.
De wijze uilen zeggen altijd dat het ook heel belangrijk is dat de bijeenkomsten zo zijn dat alle gasten het snappen. Ook als ze (nog) niet koning Leeuw aanbidden, moeten ze wel begrijpen wat er gebeurt. En als de bijeenkomst is afgelopen gaan de dieren een glaasje bosbessensap drinken. Dat doen ze of voor de open plek, of in de kuil die onder de open plek gegraven is. Dan is het ook heel belangrijk om gastvrij te zijn naar de muizen of andere dieren die te gast zijn. Mieren moeten niet alleen met mieren praten, maar ook met andere dieren.
Het is goed om gastvrij te zijn, want iedereen is welkom bij Koning Leeuw. Als de dieren iedereen hartelijk begroeten, dan doen ze dat omdat koning Leeuw, van wie gefluisterd wordt dat hij alle dieren heeft gemaakt, iedereen een plekje wil geven.
Gastvrijheid is ook belangrijk in het dagelijkse leven. Dieren die in deze tijd leven hebben steeds meer de neiging om zich te verstoppen achter hun eigen voordeur. Iedereen in zijn eigen hol. Maar koning Leeuw wil dat de dieren andere dieren verwelkomen in hun huis. Zo moeten de dieren samenleven.
Dat geldt ook voor de olifant met zijn grote snuit. Dit verhaaltje is nu uit.

Verantwoordelijkheid


In het grote dierenbos leven de mieren. Koning Leeuw heeft hen heel bijzonder gemaakt. Wist je bijvoorbeeld dat als je alle mieren over de hele wereld bij elkaar legt, dat het gewicht dan groter is dan dat van alle mensen? (volgens Google) Zo veel mieren heeft koning Leeuw gemaakt.
Het meest bijzonder in het dierenbos is het huis waarin mieren leven. Dat is mooi gemaakt, want dat doen ze met elkaar. Ze doen allemaal wat. Sommige mieren halen telkens nieuwe takjes op om het huis nog groter te maken. Andere mieren maken de hele dag schoon. Weer andere mieren zorgen voor de baby-miertjes. Zo doet ieder een taak. Wat elke mier kan iets heel goed. Dat zijn gaven die hij van koning Leeuw gekregen heeft.
Mieren zijn heel ijverig. Ze zijn de hele dag bezig. Koning Leeuw gebruikt daarom de mieren als voorbeeld: kijk naar de mieren, luie dieren. Zij werken hard. Dat moeten alle dieren doen. Ze moeten hun gaven inzetten voor alle andere dieren. De een kan goed praten: dat moet hij dan doen. Een ander kan heel goed muziek maken. Dat moet hij dan doen. Weer een ander kan goed schoonmaken. Dat moet hij doen. Ieder moet gebruik maken van wat hij van koning Leeuw heeft gekregen. Dat hoort bij de verantwoordelijkheid van de dieren.
De dassen vragen aan de wijze uilen: ‘ maar als een dier dan helemaal niets doet?’ De wijze uilen zeggen: ‘ soms moeten dieren het wat rustiger aan doen. Soms is het tijd om te krijgen of soms hebben dieren tijd nodig om te wennen aan dit deel van het dierenbos. Andere dieren hebben hun hele leven gewerkt en rusten nu uit. Maar soms moeten dieren gewoon wat gaan doen en hun gaven gaan gebruiken.’
‘ En’ , zeiden de uilen, ‘ heel belangrijk is het dat alle dieren hun verantwoordelijkheid nemen om het bos in stand te houden. Iedereen wordt gevraagd iets te geven voor de ABB, dat is de Algemene Bos Bijdrage. Dat hoort ook bij de verantwoordelijkheid van alle dieren. Dat zelfde geldt ook voor de bijeenkomsten op de open vlakte van het dierenbos. Als daar wordt rondgegaan met een zak, moet iedereen geven. Laat iedereen geven, ook de olifant met zijn grote snuit. Nu is dit verhaaltje uit.

Aanvaarding

Elk jaar vieren de dieren in het bos de geboorte van de zoon van Koning Leeuw. Die is lang geleden op een bijzondere manier geboren. De grote koning van de dieren liet zijn zoon geboren worden bij de andere dieren. De leeuw, koning van alle dieren, werd een lam. Dat wordt elk jaar gevierd op een rare manier. De dieren uit het bos slepen een boom naar hun hol. Alsof er buiten niet genoeg bomen zijn. Maar goed. Dieren hebben nou een keer rare gewoontes. Het zijn net mensen.
Elk jaar vragen de dieren zich af of ze wel klaar zijn voor de komst van de zoon. Heel belangrijk is het dat de dieren elkaar accepteren, respecteren en aanvaarden. Ook als ze verschillend zijn. De dieren zijn door koning Leeuw, van wie gezegd wordt dat hij alle dieren heeft gemaakt, verschillend gemaakt. Dat moeten de dieren weten en elkaar niet wegduwen uit het bos als ze verschillend zijn. Juist die variaties laten iets zien van koning Leeuw zelf. Elk dier lijkt een beetje op hem. Daarom moeten ze elkaar accepteren. En elk dier heeft de zoon van koning leeuw nodig om te leven. De dieren maken zich klaar door te zien dat ze allemaal dat weleens vergeten. Kijk maar mee.
‘ dat vind ik zo’n stom dier. Die maakt altijd ruzie.’, zei de mier over een van zijn klasgenootjes. ‘ Daar wil ik echt niet naast zitten op school’ . Dat is geen aanvaarden van de mier.
De eekhoorn lachten elkaar uit als ze de verkeerde kleren aanhadden. ‘ Dat kan echt niet. Je ziet er niet uit.’ Ze wilden absoluut niet gezien worden met iemand die zo anders was.
De dassen gingen wel altijd braaf naar de bijeenkomsten op de open plek om te zingen voor Koning Leeuw. Maar als ze daarna koffie gingen drinken, dan wilden ze dat het liefst doen met mensen die ongeveer hetzelfde waren. Ach das, da’s toch geen aanvaarden van elkaar.
En de uilen? Ook zij vonden het moeilijk om elkaar te aanvaarden. Ze wonen samen in Puttebos. Maar hoor ze eens praten over elkaar. ‘ Die is nog niets veranderd. Die was vroeger al zo raar.’ Dat is geen aanvaarden van de uil.
En wij? Paulus zegt het zo: Aanvaard elkaar ter ere van God, zoals Christus u heeft aanvaard. Bereid je voor op de komst van de zoon van Koning leeuw. Zelfs de olifant met zijn grote snuit. Nu is dit verhaaltje uit.

Eensgezindheid

Het was weer eens zover in het grote dierenbos. De dassen hadden weer eens ruzie. Zoals je weet kunnen dat enorme nijdassen zijn. Je kan je beter verstoppen als dassen ruzie hebben. Dan zwiepen ze met hun staart tegen elkaar aan. Hun bekken zijn verwrongen en ze lijken elkaar zo te bespringen. En waar ging het over? Over niks eigenlijk. Over of je beter met een orgel kan zingen of beter met een band. Maar ze kwamen er niet uit. En wat doen dieren in zo’n geval? Dan gaan ze het hebben over koning Leeuw. Koning Leeuw van wie gezegd wordt dat hij alle dieren heeft gemaakt.
De een zei: ‘ koning Leeuw houdt van rust en stilte en van dat het gaat zoals het vroeger ook ging’ . De ander zei: ‘ nee hoor. Koning Leeuw vindt het heel belangrijk dat we passen bij onze eigen tijd. Niet van vroeger, maar van de toekomst.’
Verder en verder ging de ruzie van de dassen. Door het geschreeuw kwamen de eekhoorns kijken. Die kunnen niet zo goed tegen ruzie, dus die bleven stil aan de kant staan. En de uilen kwamen aanvliegen. Die snapten niet zo goed waar het over ging. De mieren kwamen ook aangekropen. Die begonnen heel hard te lachen om die domme dassen. Zo klein als ze waren lachten ze de dassen uit. Zo hard moesten ze lachen dat de dassen stopten met hun ruzie. ‘ Waarom lachen jullie?’ vroegen ze.
‘Omdat jullie er niets van snappen’, was het antwoord. ‘ Daar gaat het niet om in de kring rond Koning Leeuw. Je hoeft het niet met elkaar eens te zijn. Er mogen best verschillen zijn tussen de dieren. Maar over één dingen moeten we het wel eens zijn. We moeten koning Leeuw volgen. We horen allemaal bij leeuw van Juda, hij heeft de overwinning behaald. Als we bij hem horen, dan is de rest niet belangrijk. Dus dassen, eekhoorns en uilen. Ga met elkaar achter de Leeuw van Juda aan. Dan ben je eensgezind. Dan zijn jullie een in liefde, in streven en in geest. Dat geldt ook voor de olifant met zijn grote snuit. Nu is dit verhaaltje uit!

Gehoorzamen.

Op een dag in het bos waren de dassen aan het praten met elkaar. Ze hadden het erover dat het soms best ingewikkeld is om in alles te luisteren naar de geboden van koning Leeuw. Koning leeuw van wie verteld wordt dat hij alle dieren heeft gemaakt.
‘Soms weet je dat iets niet mag en dan doe je het toch,’ zei de ene das. ‘ Ik ging bijvoorbeeld een keer liegen terwijl ik echt wel wist dat het niet de bedoeling was.’ De andere das vertelde ook zo’n soort verhaal: ‘ik weet dat het goed is om niet te roddelen over die irritante mieren. Maar ik doe dat toch.’ Hoe kunnen we nou beter leren gehoorzamen aan wat koning Leeuw van ons vraagt. Laten we op weg gaan naar de andere dieren en hen om advies vragen. Ze namen hun staart onder de arm en gingen op weg.
Ze ontmoetten een mier. Die vertelde: ‘ik probeer steeds meer te luisteren naar koning Leeuw door te mijn pootjes tegen elkaar te doen en te praten tegen koning Leeuw. Als ik weet dat ik iets niet mag, dan vraag ik of koning Leeuw wil helpen. Dan is het een stuk makkelijker.’
Toen gingen de dassen naar de eekhoorns. Die hadden nog een andere tip voor de dassen. Zij vertelden dat ze veel uit het grote boek lazen. Want in dat boek stonden allerlei verhalen waardoor ze konden leren waarom ze moesten luisteren. Zo leerden ze van een verhaal over een jongen die moest vechten tegen een reus. Het lukte hem, omdat hij gehoorzaamde aan God. Maar de eekhoorns waren de naam van de jongen vergeten. Dat moesten ze nog even opzoeken in het boek.
Daarna vervolgden de dassen hun reis naar de uilen. Die zijn heel wijs en oud. Ze wonen bij elkaar in een grote boom, met allemaal kleine kamertjes. Zij hadden ook nog een tip. Ze vertelden dat het heel goed was om erover te praten. Want als je met elkaar spreekt over de opdrachten van koning Leeuw, dan snap je het beter en dan ga je beter proberen om je eraan te houden. Daarom adviseerden de uilen: probeer kleine groepjes te maken en praat daarin over het gehoorzamen aan koning Leeuw. Doe dat gewoon lekker thuis. Zit in een kring bij iemand thuis en praat over koning Leeuw. Dan wordt geloven steeds meer iets van je hele leven.' 
Toen gingen de dassen naar huis. Ze zeiden telkens tegen elkaar: praten tegen koning Leeuw, lezen en praten in een huiskring. Dan leren we gehoorzamen. De dassen keken niet goed uit. Boem! Ze liepen tegen een groot grijs dier aan. Inderdaad het was een olifant, met snuit.
nu is dit verhaaltje uit.

Johannes de doper

 

De dieren in het grote dierenbos leefden hun gewone leventje. De uilen zaten lekker in hun holletjes en werden ouder. De mieren gingen weer naar de mierenschool en krioelden door elkaar heen. De dassen sleepten zich naar hun werk en deden hun best en de eekhoorns? Die riepen heel hard dat ze geen zin in school hadden, maar in hun staart verstopt vonden ze het wel leuk dat er een einde was gekomen aan de tijd van beukenootjes zoeken en gooien.

Toen kwam er een ander, onbekend dier het bos in. Hij had twee bulten op zijn rug. Het was… een kameel. Hij stond bij de rand van het bos. Daar is de woestijn. Daar kan je beter niet te lang zijn. Deze kameel leek somber. Hij zei: jullie moeten veranderen. Heb je gestolen, steel dan niet meer. Heb je gelogen, lieg dan niet langer. Je moet je omdraaien. ‘ Waarom dan?’ mijnheer Kameel? vroegen de miertjes die alles willen weten.

Omdat het koninkrijk van koning Leeuw komt. Alles gaat veranderen. Dieren die doof zijn, zullen horen, of als ze lam zijn zullen ze lopen en als ze blind zijn zien. Maar het komt niet zomaar. Je moet je omkeren. Want als alles anders wordt, ben je er dan wel klaar voor?

De mieren, die alles willen weten, vroegen: Bent u dan de koning van het koninkrijk, mijnheer Kameel? Nee, dat ben ik niet, was het antwoord. Ik ben alleen maar de stem die roept hij komt eraan. De koning moet nog komen. Dat is de Leeuw van Juda. Ik ben maar een kameel. Ik stel niet zoveel voor. Willen jullie bij koning leeuw horen en zijn zoon? Dan moet je je laten dopen.

En alle dieren wilden dat. En de Kameel dompelde iedereen onder water. De mieren, de uilen, de dassen, de eekhoorns. Zelfs de olifanten met hun grote snuit

Dit verhaaltje is uit.



Mijn boek
over de  Geest
van God 

 

Boek over 
rouw
Klik  op de foto. 

      Gastenboek

Uw ervaringen delen?
Vul ons GASTENBOEK in!