De dood heeft ons gezin in tweeën gehakt
De dood wordt door Paulus de laatste vijand genoemd die nog verslagen moet worden. Dat de dood een tegenstander is, wordt heel zichtbaar als een jonge moeder of vader overlijdt. Want hoe moet het met de kinderen als een van de ouders wegvalt? Ouderschap is door God bedacht als duobaan. Als sterven dat onmogelijk maakt wordt de druk op de achterblijvende ouder goot. Normaal zijn er twee opvoeders. Maar als de dood een gezin in tweeën hakt, dan zijn ze gescheiden door een ondoordringbare. Waar hebben mensen behoefte aan in deze zware periode van hun leven?

Het leven is zwaar
Het leven van een alleenstaande ouder na een overlijden is zwaar. Er zitten meerdere kanten aan de draaglast die getorst moet worden. Allereerst is er het verdriet om de overleden partner. Je mist je maatje. Maar er is meer dat je mis. Als je samen kinderen hebt gekregen, ben je voor altijd aan elkaar verbonden. Je verliest ook de gezamenlijke trots op je kinderen. Verdriet en gemis kan groot zijn.
Daarnaast is er ook een praktisch probleem: hoe zorg je ervoor dat de kinderen en het gezin op de rails blijven als je het alleen moet doen? Volledige gezinnen met jonge opgroeiende kinderen ervaren het leven vaak al als druk en hectisch. Als je het alleen moet runnen, dan wordt het een grote klus.  Naast het praktische probleem kunnen er ook grote financiële zorgen zijn. Niet elk gezin heeft voldoende mogelijkheden om in deze situaties het hoofd boven water te houden. De voorzieningen in Nederland zijn niet voor iedereen toereikend. Het is goed om daar oog voor te hebben.
En dan is er ook nog de zorg voor de kinderen die drukt op de alleenstaande ouder. Het voelt als een zware last om ook hun rouw mee te dragen. Zelf verdrietig zijn is nog wel te doen, maar je kind verdrietig zien is zo zwaar. Is er wel genoeg ruime om er voor je kind te zijn?
Het is fijn om je hart te kunnen luchten over het zware van het leven. Om te praten over de praktische zaken waar je tegenaan loopt, de moeite om verdrietig te zijn en tegelijk te moeten zorgen voor je kinderen. Het is heerlijk om te kunnen mopperen over je kinderen, zonder dat er gelijk goedbedoelde adviezen komen. Een ouder die zijn opvoedmaatje verloor aan de dood zal op de een of andere manier vader en moeder proberen te zijn. Het is goed om over die onmogelijke opdracht door te praten. Kan dat wel? Beide tegelijk zijn. Zijn er mensen die iets van die taak kunnen overnemen? Veel alleenstaande ouders bijten zich zo vast in de taak die voor hen ligt, dat ze vergeten om voor zichzelf te zorgen.
De zorg vanuit de kerk, zeker als het om pastorale zorg gaat, bestaat vaak uit praten. Het is lang niet altijd de beste zorg voor een alleenstaande ouder. Misschien hebben ze er wel veel meer aan als er eten voor ze wordt gekookt. Het zou kunnen dat ze tijdens een bezoek van de kerk vooral denken: ‘ik hoop dat ze snel weg is, want ik moet de was nog doen.’ Er is maar een manier om erachter te komen  en dat is het te vragen.

Je doet het nooit goed
Rouw is zo’n complex verschijnsel dat het bijna onmogelijk is om er goed op te reageren. Dat is zeker zo bij kinderen. Of ze vinden dat je er te weinig naar vraagt ‘ zij doet net of er niks gebeurd is.’ Of ze ervaren dat ze samenvallen met hun verdriet: ‘hij kan alleen nog maar zeuren over mijn overleden moeder.’ Dat geldt niet alleen voor kinderen, maar ook voor ouders. Het praten over rouw is ingewikkeld en moeilijk. De slechtste conclusie is om het gesprek uit de weg te gaan. Veel alleenstaande ouders ervaren een eenzaamheid omdat ze gemeden worden omdat het verlies te groot is. Wat is een kerk dan belangrijk die mensen opzoekt en spreekt.
Gezinnen waar een van de ouders overleden is, hebben vaak een opmerkelijke openheid over de dood. Soms is dat wennen voor bezoekers. Die directheid ontstaat doordat de dood geen toevallige gast is, maar permanent woont in het huis van de alleenstaande ouder. Dat geeft veel mogelijkheden voor een gesprek. Grote schroom om een vraag te stellen is niet nodig. Zeker niet bij kinderen. ‘ Ja, is mijn vader nou dood of overleden?’, vroeg een meisje van vijf jaar. ‘Mijn moeder zegt dat hij dood is en jij zegt dat hij overleden is.’ Wat een heerlijke open vraag om het over de dood te hebben. Dat geldt ook voor de vragen rondom Gods hand en rol in het lijden. Die kwestie speelt altijd rond de dood. Maar kan bij het sterven van een ouder met een onvervangbare taak nog sterker naar voren komen. ‘Vindt God het wel goed dat mijn vader zo jong is overleden?’, is een vraag die zomaar gesteld kan worden. En die vraag moet beantwoord worden.
Diezelfde open en eerlijke vragen zijn ook nodig als een ouder nog ziek is, maar stervende is. Want misschien moeten er nog wel dingen gezegd worden voor iemand sterft. Maar wie wijst dat kind of die tiener daarop? En wie zorgt ervoor dat het gesprek op gang kan komen rond de thema’s van dood en leven? Belangrijke vragen zijn: Waar denk je dat papa of mama nu is? Hoe merk je dat er dingen veranderd zijn? Wat is je mooiste herinnering?
De kerk is in onze cultuur de beste plek om met rouw te komen. Want in onze tijd is de dood veelal verdwenen naar de ouderdom en komen weinig mensen de dood jong tegen. Als die dood toch toeslaat is de eenzaamheid en ontreddering groot. Juist de kerk met een lange ervaring van omgang met de dood is de perfecte plek om te schuilen. In oudere generaties kwam vaak voor dat er niet meer over de overledene gesproken werd. Ook nu kan dat nog gebeuren. De kerk weet van het belang van het vertellen van verhalen en ophalen van herinneringen.

Voor welk verdriet kom je?
Het is heel belangrijk om te zien dat in een gezin waar een ouder overleden is, meer mensen rouwen. Al die gezinsleden doen dat op hun eigen manier. Het ene kind wil veel praten, het andere stopt het liever ver weg. En dan is er ook nog een ouder die op haar of zijn eigen wijze  een weg door het leven moet vinden. Kinderen willen hun ouders beschermen. Dat willen ze helemaal als ze zien dat ze nog maar een ouder hebben en dat die verdrietig is. Daarom praten kinderen erg moeilijk over het verdriet van henzelf als de overgebleven ouder daar bij is. Want die zou nog verdrietiger kunnen worden. Daarom moet je zoveel mogelijk elk kind apart spreken of aandacht hebben voor elk kind.
Kinderen zijn springerig. Ze willen best praten, maar niet te lang. Veel handiger is het om met kinderen iets te doen. Dat kunnen rituelen zijn of het doorwerken van een herinneringsboek of gewoon samen wandelen.
Alleenstaande ouders  die goed voor hun kinderen zorgen worden door hun omgeving soms tot halve heiligen verklaart. Dat maakt het voor tieners soms lastig om zich los te maken van hun ouder. Een meisje vertelde me een keer: ‘Als ik een keer mopper op mijn moeder, dan is de reactie altijd: ‘ ja maar je moeder is alleen en ze doet het heel goed.’ Ik wil gewoon ook kunnen zeggen dat ze soms irritant is.’ Belangrijk is het om niet te suggereren dat het kind nu een taak heeft om te zorgen voor de overgebleven ouder. Het sterven van een van de ouders maakt niet dat de natuurlijke orde wordt omgedraaid: ouders zorgen voor de kinderen en niet andersom.
Een lastige situatie ontstaat als de achtergebleven ouder in een soort concurrentieverhouding komt met de kinderen.  De inzet is dan wie het meeste verdriet heeft. Dit kan je als buitenstaander zelden zien. Meestal is het een klacht van kinderen. Belangrijks is het om ten allen tijde  te zeggen dat rouw onvergelijkbaar  is. Want hoe zou je ooit het verlies van een ouder kunnen vergelijken met het gemis van een partner? Ieder heeft recht op aandacht, liefde en zorg.

En dan is er een nieuwe papa
‘Ik ga naar papa toe’, vertelde een 98 jarige vrouw me toen ze aan het einde van haar leven was gekomen. Ze was al meer dan zestig jaar weduwe, maar nooit was ze een andere man tegengekomen. Dat wilde ze ook niet. Een ander is na het overlijden van een partner binnen een paar maanden actief op datingsites. Ieder gaat daarin zijn eigen weg. Vaak zie je dat mannen eerder een nieuwe partner hebben dan vrouwen. Misschien zijn mannen minder in staat om het leven alleen vorm te geven.
Belangrijk is het om geen oordeel te hebben over de snelheid of juist traagheid waarmee mensen opnieuw een relatie aangaan. Wel is het belangrijk  voor de kinderen dat een ouder niet vervangen kan worden. Je hebt maar een vader of moeder. Dat is een levenslange band. Die kan niet verbroken worden. Het is goed om daar aandacht voor te vragen. Een goede vraag om hierover te beginnen is de vraag hoe de nieuwe partner wordt aangesproken: met de voornaam, met mama of papa of nog anders.  Daar is natuurlijk geen enkele vorm goed of fout, maar in het gesprek erover is wel goed te peilen hoeveel ruimte er is voor de overleden ouder.

Verschenen in het Ouderlingenblad



Mijn boek
over de  Geest
van God 

 

Boek over 
rouw
Klik  op de foto. 

      Gastenboek

Uw ervaringen delen?
Vul ons GASTENBOEK in!